
Sinds aanslagjaar 2026 moeten grote ondernemingen die fiscaal voordelig in individuele aandelen willen beleggen aan strengere voorwaarden voldoen. Specifieke aandelenfondsen voor ondernemers kunnen daar voordeel uit halen, al zijn ook voor die fondsen de regels verstrengd.
Het DBI-regime - waarbij DBI staat voor definitief belaste inkomsten - laat bedrijven toe fiscaal gunstig in andere bedrijven te beleggen. De filosofie is dat dividenden die bedrijven ontvangen van een bedrijf X waarin ze investeren niet belast moeten worden, omdat de winsten van dat bedrijf al belast werden.
Aan het regime hangen wel enkele voorwaarden. Zo moet het investerende bedrijf ofwel minstens 2,5 miljoen euro in bedrijf X investeren, ofwel minstens een participatie van 10 procent aanhouden. De regering-De Wever heeft de eerste voorwaarde nog wat verstrengd. Voor grote bedrijven die geen 10 procent aanhouden, volstaat het niet langer dat ze minstens 2,5 miljoen euro beleggen. De belegging moet ook de aard van een financieel vast actief (FVA) hebben, wat betekent dat er een duurzame en specifieke band bewezen moet worden met het bedrijf waarin ze investeren.
Nikolaas Van Robbroeck, fiscaal advocaat bij Freshfields, geeft enkele voorbeelden van wanneer aandelen als FVA worden beschouwd. ‘Dat is het geval als de vennootschap een zakelijke relatie onderhoudt met de vennootschap waarin ze investeert, of als de investering gebeurt met het oog op een strategisch partnerschap. Nog een voorbeeld is als de vennootschap technologie ontwikkelt die relevant kan zijn voor de bedrijfsactiviteit van de investerende onderneming’, zegt hij.
De FVA-voorwaarde geldt niet voor kleine ondernemingen. Dat zijn ondernemingen die maximaal één van de volgende criteria overschrijden: 50 werknemers, een jaarlijkse omzet van 11,25 miljoen euro en een balanstotaal van 6 miljoen euro. Ondernemingen die meer dan één criterium overschrijden, kunnen het DBI-regime blijven genieten als ze ofwel hun participatie verhogen tot 10 procent, ofwel hun belang van (minstens) 2,5 miljoen euro combineren met een duurzame band.
Nog een alternatief is overstappen naar DBI-fondsen. Dat zijn aandelenfondsen die specifiek voor vennootschappen in de markt worden gezet. De beheerder van het fonds selecteert dan de aandelen. De fondsen bieden de voordelen van het DBI-regime, terwijl uw bedrijf niet gebonden is aan de voorwaarde van 2,5 miljoen euro of het belang van 10 procent.
De fondsen moeten wel minstens 90 procent van hun inkomsten uitkeren in de vorm van een dividend, en ze bieden het fiscale voordeel voor zover ze beleggen in bedrijven die een normaal belastingregime hebben ondergaan. In dat geval geldt een vrijstelling op dividenden die de vennootschap-investeerder uit het DBI-fonds verkrijgt. Dat geldt ook voor de meerwaarde bij een verkoop aan het fonds.
Wel zal het fonds op de uitgekeerde dividenden 30 procent roerende voorheffing inhouden. Om de roerende voorheffing te kunnen recupereren, heeft de regering-De Wever een strengere voorwaarde ingevoerd: de vennootschap die belegt, moet een minimale bezoldiging (in principe 50.000 euro vanaf aanslagjaar 2027) toekennen aan ten minste één bedrijfsleider.
Onder meer Econopolis wil met twee nieuwe DBI-fondsen inzetten op grotere family offices en institutionele beleggers, zoals pensioenfondsen en verzekeraars, die door de bijkomende FVA-voorwaarde niet langer van het DBI-regime kunnen gebruikmaken. ‘De nieuwe institutionele DBI-bevek bestaat uit een fonds dat belegt in holdings (Capital Allocators) en een wereldwijd aandelenfonds (Econoshock Compounders). De beheerskosten van beide fondsen komen op 0,64 procent per jaar vanaf een inleg van 250.000 euro en 0,29 procent vanaf 25 miljoen euro', zegt beheerder Joren Van Aken.
De fondsen worden aangeboden als AIF-beveks, alternatieve fondsen, waardoor ze niet gebonden zijn aan de Europese diversificatieregels. ‘Daardoor kunnen we aandelen die sterk presteren langer aanhouden zonder onze positie constant te moeten bijknippen. Tegelijk is het een gediversifieerde belegging, aangezien in holdings belegd wordt’, zegt Van Aken.

Ook Lombard Odier komt met twee nieuwe DBI-fondsen. ‘Uniek aan de fondsen is dat ze een strategie hanteren die vergelijkbaar is met een ETF of tracker, wat toelaat om lagere kosten na te streven. Voor zowel het fonds dat belegt in Europese aandelen als het fonds dat belegt in Amerikaanse aandelen bedragen de beheerskosten 0,45 procent voor inlagen vanaf 10.000 euro, en 0,25 procent voor inlagen vanaf 10 miljoen euro’, zegt Stéphane Denys, hoofd portefeuillebeheer.
Bij andere fondsenhuizen staan niet meteen nieuwe lanceringen op het programma. Het aanbod aan DBI-fondsen bestaat al uit meer dan 60 fondsen die bijna 14 miljard euro onder beheer hebben.
Het gros van de aangeboden fondsen zijn pure aandelenfondsen, vaak breed gespreid over Amerikaanse en Europese aandelen. Maar verschillende fondsenhuizen proberen zich ook te onderscheiden door niches te bespelen. De Gentse vermogensbeheerder Value Square is een goed voorbeeld. Naast een holdingfonds biedt de beheerder bijvoorbeeld ook een DBI-fonds aan dat belegt in Belgische aandelen of in Europese smallcaps.
Références